LEER OM LEER.
Alles had zich dus voor de oude vrouw opgehelderd, alles, tot zelfs het onbegrijpelijke gedrag van haar zoon ten haren opzichte in de herberg te Omsk. Zij twijfelde er nu niet meer aan, dat de metgezel van het meisje, Michael Strogoff was geweest en dat eene geheime zending hem genoodzaakt had, zijne hoedanigheid van koerier van den czaar te verbergen.
»Neen, mijn waarde zoon,” zeide Marfa Strogoff tot zichzelve, »ik zal u niet verraden, en geene pijnigingen van welken aard ook, zullen in staat zijn, mij de bekentenis te ontrukken, dat gij het zijt dien ik te Omsk gezien heb!”
Marfa Strogoff had nu, met éen woord, aan Nadia de hartelijkheid kunnen vergelden, die deze haar betoond had. Zij had haar kunnen vertellen dat haar metgezel Nikolaas Korpanoff of liever Michael Strogoff niet in de wateren van de Irtisch omgekomen was, omdat zij hem eenige dagen na het ongeval ontmoet, ja, hem gesproken had!....
Maar zij bedwong zich, zweeg, en bepaalde zich met te zeggen:
»Hoop maar, mijn kind! Het ongeluk zal u niet altijd vervolgen! Gij zult uw vader wederzien, ik heb er een voorgevoel van, en misschien is hij, die u den naam van zuster gaf, niet dood! God zal uw moedigen makker niet hebben laten omkomen!.... Voed slechts hoop, mijn kind! Doe zooals ik! de rouw, dien ik draag, is nog niet die over mijn zoon!”
Zoodanig was nu de verhouding van Marfa Strogoff en van Nadia, ten opzichte van elkander. De oude vrouw had alles begrepen, en zoo het jonge meisje niet wist dat haar zoo betreurde metgezel nog leefde, wist zij nu ten minste, hoe hij haar, die zij als hare moeder beschouwde, bestond; en zij dankte God, haar de vreugde gegeven te hebben van bij de gevangene den zoon, dien zij verloren had, te kunnen vervangen.
Maar wat beiden niet konden weten, was dat Michael Strogoff, te Kolivan gevangen genomen, zich bij hetzelfde konvooi bevond dat hen naar Tomsk voerde.
De gevangenen door Ivan Ogareff medegevoerd waren vereenigd met die van den emir in het Tartaarsche kamp. De ongelukkigen, Russen en Siberiërs, militairen en burgers, waren ten getale van eenige duizenden, en vormden eene kolonne die zich over eene lengte van verscheidene wersten uitstrekte. Onder hen waren er die als meer gevaarlijk beschouwd, met handboeien aan eene lange ketting bevestigd waren. Vrouwen en kinderen waren aan de zadelknoppen gebonden of gehangen en werden onmeedoogend langs de wegen gesleept! Men dreef ze allen als eene kudde vee voort.
Michael Strogoff bevond zich in de eerste rijen, omdat de gevangenen van Kolivan, eerder dan die van Omsk in het kamp aangekomen, het nu ook vroeger verlieten. Hij kon dus de tegenwoordigheid van zijne moeder en Nadia in het konvooi niet gissen, evenmin als zij konden vermoeden, dat hij zich daarbij bevond.
Eindelijk bereikte men op 15 Augustus, bij het vallen van den avond, het kleine vlek Zabediero, op dertig wersten afstands van Tomsk.
Den geheelen nacht moesten de gevangenen aan de boorden van de Tom doorbrengen, want de emir had zijn intocht te Tomsk tot den volgenden dag uitgesteld.
Nadia had, terwijl zij Marfa Strogoff ondersteunde, met moeite den steilen oever van de rivier bereikt. Zij versmachtten beiden van dorst. Nadia schepte water met hare hand en laafde de lippen van Marfa er mee. Op het oogenblik dat zij oprees om den oever te verlaten ontsnapte haar een kreet.
Michael Strogoff stond daar, op eenige schreden van haar!.... Hij was het!.... De laatste schemering van den dag stortte haar licht nog over hem uit!
Michael Strogoff sidderde bij het hooren van dien kreet van Nadia. Maar hij bezat zelfbeheersching genoeg om niets te zeggen dat hem verdacht zou hebben kunnen maken.
En toch had hij, tegelijkertijd met Nadia, ook zijn moeder herkend!...
Bij deze onverwachte ontmoeting was Michael Strogoff zich zelven niet meer meester: hij bracht dan ook de hand voor zijne oogen, en verwijderde zich dadelijk. Nadia snelde instinctmatig naar hem toe, maar de oude vrouw fluisterde haar deze woorden in het oor:
»Blijf hier, mijn kind!”
»Hij is het!” antwoordde Nadia met eene door aandoening afgebroken stem. »Hij leeft, moeder! hij is het!”
»Het is mijn zoon,” antwoordde Marfa Strogoff, »het is Michael Strogoff, en gij ziet, dat ik nochtans geen stap tot hem nader! Volg mijn voorbeeld, dochterlief!”
Michael Strogoff had eene der hevigste gemoedsaandoeningen ondergaan, die een mensch kan gevoelen. Zijne moeder en Nadia stonden daar, met hem in hetzelfde ongeluk vereenigd.
Wist Nadia dan wie hij was? Neen, want hij had Marfa Strogoff haar zien tegenhouden op het oogenblik dat zij naar hem toe wilde vliegen. Marfa Strogoff had dus alles begrepen en haar geheim bewaard. Gedurende den nacht was Michael Strogoff wel twintig maal op het punt om zich naar zijne moeder te begeven; maar hij begreep dat hij weerstand moest bieden aan het vurige verlangen om haar te omhelzen en om de hand zijner jonge gezellin nog eens te drukken. De minste onvoorzichtigheid kon voor hem noodlottig zijn. Hij had trouwens gezworen zijne moeder niet te zien.... ten minste niet vrijwillig. Eenmaal te Tomsk aangekomen, zou hij, omdat hij toch dezen nacht niet kon vluchten, zich in de steppe werpen, zonder de beide wezens te omhelzen, in wie zijn leven zich samentrok en die hij, aan zooveel gevaren blootgesteld, achterliet.
Michael Strogoff mocht dus hopen dat de ontmoeting in het kamp van Zabediero geene kwade gevolgen, noch voor zijne moeder, noch voor hem zou hebben. Maar hij wist niet dat de Zigeunerin Sangarre, de verspiedster van Ivan Ogareff, zich in de nabijheid bevond, en dat zij een gedeelte van het gebeurde, hoe snel ook voorgevallen, had gezien. Zij had Michael Strogoff niet kunnen bemerken, die reeds verdwenen was toen zij zich omkeerde; maar de beweging die Marfa maakte om Nadia tegen te houden, was haar niet ontsnapt.
Zij twijfelde niet of de zoon van Marfa Strogoff was in het kamp, onder de gevangenen van Ivan Ogareff. Zij verliet dus terstond het kamp om Ivan Ogareff te gaan waarschuwen.
Ivan Ogareff ontving haar oogenblikkelijk.
»Wat voor nieuws, Sangarre?” vroeg hij.
»De zoon van Marfa Strogoff is in het kamp,” antwoordde Sangarre.
»Gevangen?”
»Gevangen!”
»Ha!” riep Ivan Ogareff uit, »ik zal....”
»Gij zult niets, Ivan,” antwoordde de zigeunerin, »want gij kent hem niet eens!”
»Maar gij kent hem toch! Gij hebt hem gezien, Sangarre!”
»Ik heb hem niet gezien, maar ik heb zijne moeder zich zien verraden door eene beweging die mij alles heeft doen begrijpen.”
»Vergist gij u niet?”
»Neen, ik vergis mij niet.”
»Gij weet het belang dat ik aan de gevangenneming van dien koerier hecht,” zeide Ivan Ogareff. »Indien de brief, die hem te Moskou is overhandigd, Irkoetsk bereikt, indien hij in handen komt van den grootvorst, dan zal deze op zijne hoede zijn, en ik zal hem niet kunnen naderen! Ik moet dien brief hebben, wat het ook koste! Gij zegt mij nu dat de overbrenger van dien brief in mijne macht is! Ik herhaal het, Sangarre, vergist gij u niet?”
»Ik vergis mij niet, Ivan,” antwoordde zij.
»Maar Sangarre, er zijn in het kamp verscheidene duizenden gevangenen, en gij zegt dat gij Michael Strogoff niet kent!”
»Neen,” antwoordde de zigeunerin, wier blik van woeste vreugde schitterde, »ik ken hem niet, maar zijne moeder kent hem! Ivan, men moet zijne moeder doen spreken.”
»Morgen zal zij spreken!” riep Ivan Ogareff uit.
Daarop stak hij aan de zigeunerin zijne hand toe, die haar kuste, zonder dat er in dit bewijs van eerbied, bij de noordsche volken in gebruik, iets slaafs gelegen was.
Sangarre ging naar de legerplaats terug. Zij vond Nadia en Marfa Strogoff nog op dezelfde plaats, en bracht den nacht door met beiden gade te slaan. De oude vrouw en het meisje sliepen niet, ofschoon zij afgemat van vermoeienis waren. Hunne ongerustheid was te groot. Michael Strogoff leefde nog, doch was gevangen, zooals zij! Zou Ivan Ogareff dit weten, en, zoo hij het niet wist, zou hij het dan niet te weten komen? Nadia gevoelde zich gelukkig bij de gedachte dat haar metgezel nog leefde! Maar Marfa Strogoff zag verder in de toekomst en had reden om voor haar zoon alle vrees te koesteren.
Sangarre, die in de duisternis tot dicht bij de beide vrouwen geslopen was, bleef eenige uren op die plaats en luisterde.... Zij hoorde evenwel niets. Door een instinctmatig gevoel van voorzichtigheid, wisselden Nadia en Marfa Strogoff geen woord met elkander.
Den volgenden dag, 16 Augustus, tegen tien uur in den morgen, weergalmde schetterend trompetgeschal. Oogenblikkelijk kwamen de Tartaarsche soldaten onder de wapenen.
Ivan Ogareff naderde in het midden van een talrijken staf van Tartaarsche officieren. Zijn gelaat was somberder dan gewoonlijk en verraadde een stillen toorn, die slechts op eene aanleiding wachtte om los te barsten.
Michael Strogoff dien man voorbij ziende trekken, kreeg een voorgevoel alsof er weldra eene treurige ontknooping zou plaats hebben; want Ivan Ogareff wist nu dat Marfa Strogoff de moeder was van Michael Strogoff, kapitein bij het korps koeriers van den czaar. Ivan Ogareff steeg van zijn paard, en de ruiters van zijn geleide vormden toen een grooten cirkel om hem heen.
Op dit oogenblik naderde Sangarre en zeide:
»Ik heb geen nieuws, Ivan!”
Ivan Ogareff antwoordde slechts door een kort bevel aan een zijner officieren.
Terstond werden de gelederen der gevangenen op eene ruwe wijze door soldaten doorloopen, die door zweep- en lansslagen deze ongelukkigen dwongen om op te staan en zich rondom het kamp te gaan plaatsen. Een vierdubbele kring van voetvolk en ruiters, achter hen geplaatst, maakte elke poging tot ontvluchten onmogelijk. Het werd dadelijk stil, en op een teeken van Ivan Ogareff, liep Sangarre naar de groep waarin Marfa Strogoff zich bevond.
De oude vrouw zag haar aankomen. Zij begreep wat er zou gebeuren. Een smadelijke glimlach kwam op hare lippen te voorschijn, en zich daarop tot Nadia neigende, fluisterde zij haar toe:
»Gij moet mij niet meer kennen, mijn kind! Geen woord, geen gebaar, wat er ook gebeure, hoe zwaar ook de beproeving moge zijn! Het geldt hem, niet mij!”
Op dit oogenblik legde Sangarre, na haar even aangekeken te hebben, hare hand op den schouder der oude vrouw.
»Wat wilt gij van mij?” zeide Marfa Strogoff.
»Kom mee!” antwoordde Sangarre.
En haar met de hand voortduwende, bracht zij haar midden in de afgesloten ruimte voor Ivan Ogareff.
Michael Strogoff keek voor zich, om niet door zijne oogen verraden te worden.
Marfa Strogoff, voor Ivan Ogareff gekomen, ging rechtop staan, kruiste hare armen en wachtte.
»Gij zijt Marfa Strogoff?” vroeg Ivan Ogareff.
»Ja,” antwoordde de oude vrouw bedaard.
»Komt gij terug op hetgeen gij mij geantwoord hebt, toen ik u drie dagen geleden te Omsk ondervraagd heb?”
»Neen.”
»Dus, weet gij niet dat uw zoon Michael Strogoff, de koerier van den czaar, door Omsk getrokken is?”
»Ik weet het niet.”
»En de man, dien gij voor uw zoon meendet te herkennen aan het posthuis, was dus uw zoon niet?”
»Was mijn zoon niet.”
»En sedert hebt gij hem niet meer onder deze gevangenen gezien?”
»Neen.”
»En indien men hem u toonde, zoudt gij hem dan herkennen?”
»Neen.”
Op dit antwoord, dat een onverzettelijk besluit aanduidde om niets te bekennen, deed zich een gemompel onder de menigte hooren.
Ivan Ogareff kon een dreigend gebaar niet bedwingen.
»Luister,” zeide hij tot Marfa Strogoff, »uw zoon is hier en gij zult hem dadelijk aanwijzen.”
»Neen.”
»Al de mannen, die te Omsk en te Kolivan gevangen genomen zijn, zullen hier voor uwe oogen voorbijtrekken en zoo gij Michael Strogoff niet aanwijst, zult gij zooveel slagen met den knoet ontvangen, als er mannen voor u voorbij zullen zijn getrokken!”
Ivan Ogareff had begrepen dat, welke bedreigingen hij ook mocht doen, welke pijnigingen hij haar ook mocht doen ondergaan, de ontembare Siberische vrouw toch niet zou spreken. Om den koerier van den czaar te ontdekken, rekende hij dus niet op haar, maar op Michael Strogoff zelf. Hij achtte het onmogelijk, dat, wanneer moeder en zoon in elkanders tegenwoordigheid waren, eene onweerstaanbare beweging hen niet zouden verraden. Indien hij alleen den keizerlijken brief in beslag had willen nemen, dan zou hij zeker eenvoudig bevel gegeven hebben al de gevangenen te onderzoeken; maar Michael kon den brief, na hem gelezen te hebben, vernietigd hebben en werd hij nu niet herkend, gelukte het hem Irkoetsk te bereiken, dan zouden de plannen van Ivan Ogareff verijdeld worden. Het was dus niet enkel den brief dien de verrader wilde hebben, maar ook den overbrenger van dien brief.
Nadia had nu alles gehoord. Zij wist nu wat Michael Strogoff was en waarom hij de overheerde provinciën van Siberië had willen doortrekken zonder herkend te worden.
Op bevel van Ivan Ogareff trokken de gevangenen, een voor een, langs Marfa Strogoff voorbij, die zoo onbeweeglijk als een beeld bleef staan en wier blik de volslagenste onverschilligheid vertoonde. Haar zoon bevond zich onder de laatste gevangenen. Toen hij op zijne beurt voorbij zijne moeder kwam, sloeg Nadia de oogen neer om niet te zien.
Michael Strogoff was schijnbaar ongevoelig, maar de palm zijner hand bloedde onder zijn nagels, die er zich ingedrukt hadden.
Ivan Ogareff was door moeder en zoon overwonnen! Sangarre, die bij hem stond, zeide slechts een woord:
»De knoet!”
»Ja!” riep Ivan Ogareff uit, buiten zichzelf van woede, »de knoet voor dat oude vrouwspersoon, totdat zij er onder bezwijkt.”
Een Tartaarsch soldaat, het strafwerktuig in de hand houdende, naderde Marfa Strogoff.
De knoet bestaat uit een zeker aantal lederen riemen aan wier uiteinden gedraaid ijzerdraad bevestigd is. Men rekent dat eene veroordeeling tot honderd twintig slagen met die zweep, met een doodvonnis gelijk staat.
Marfa Strogoff werd door twee soldaten gegrepen en op de knieën geworpen. Eene sabel werd op eenige duimen afstand van hare borst zoodanig gericht, dat, zoo zij onder de pijn mocht bezwijken, haar borst door de scherpe punt doorboord werd.
De Tartaar stond gereed. Hij wachtte.
»Ga je gang!” zeide Ivan Ogareff.
De zweep doorkliefde de lucht....
Maar, voor dat hij sloeg, had eene krachtige hand de zweep uit de hand van den Tartaar gerukt.
Michael Strogoff was daar! Op het gezicht van dit verschrikkelijk tooneel was hij opgestoven! Zoo hij zich aan de wisselplaats te Ichim ingehouden had toen de zweep van Ivan Ogareff hem getroffen had, thans, nu het zijne moeder gold, had hij zich niet kunnen bedwingen.
Ivan Ogareff was geslaagd.
»Michael Strogoff!” riep hij uit.
Daarop een stap voorwaarts doende, zeide hij:
»Ha! de man van Ichim!”
»Juist,” zeide Michael Strogoff.
En, den knoet opheffende, verscheurde hij er het gezicht van Ivan Ogareff mee.
»Leer om leer!” zeide hij.
»Goed betaald gezet!” riep de stem van een der toeschouwers uit, die zich echter gelukkig in het gewoel verloor.
Twintig soldaten wierpen zich op Michael Strogoff en wilden hem dooden....
Doch Ivan Ogareff, aan wien een kreet van woede en pijn ontsnapt was, hield hen tegen met een wenk.
»Die man zal voor den emir terecht staan!” zeide hij. »Onderzoekt hem.”
De brief met het keizerlijke wapen werd op de borst van Michael Strogoff gevonden, die geen tijd had gehad om hem te vernietigen, en men overhandigde hem Ivan Ogareff.
De toeschouwer, die de woorden: »Goed betaald gezet!” had geuit, was niemand anders dan Alcide Jolivet. Zijn collega en hij, die in het kamp van Zabediero stil hadden gehouden, woonden dit tooneel bij.
»Drommels!” zeide hij tot Harry Blount, »die Noordsche lui zijn stevige mannen! Ge moet toch bekennen dat wij onzen reismakker herstel van eer verschuldigd zijn! Korpanoff doet voor Strogoff niet onder! De zaak van Ichim is goed gewroken!”
»Ja, goed gewroken, inderdaad,” antwoordde Harry Blount, »maar Strogoff is een man des doods. In zijn eigen belang zou hij toch beter gedaan hebben zijne wraakneming nog maar wat uit te stellen!”
»En zijne moeder onder den knoet te laten omkomen!”
»Gelooft ge dan dat hij door zijne drift het voor haar en zijne zuster er beter op gemaakt heeft?”
»Ik geloof niets, ik weet niets,” antwoordde Alcide Jolivet; »maar in zijne plaats, zou ik niet anders gehandeld hebben! Wat eene snede over zijn aangezicht! En, wat duivel! het bloed moet je toch wel eens beginnen te koken!”
»Een mooi zaakje voor eene kroniek!” zeide Harry Blount. »Indien Ivan Ogareff ons dien brief maar eens wilde mededeelen!....”
Na het bloed, dat zijn gelaat bedekte, afgewischt te hebben, had Ivan Ogareff dien brief opengebroken. Hij las en herlas hem zeer lang, alsof hij den inhoud er van ter dege in zijn geheugen had willen prenten.
Na vervolgens bevel te hebben gegeven om Michael Strogoff zwaar geboeid met de overige gevangenen naar Tomsk over te brengen, nam hij het bevel over de te Zabediero gelegerde troepen, en onder het oorverdoovend gedruisch der trommen en trompetten trok hij op naar de stad, waar de emir hem wachtte.