BESLUIT.

Michael Strogoff was niet blind; hij was het nooit geweest. Een zuiver menschelijk natuurverschijnsel, van zedelijken en lichamelijken aard, had de werking onschadelijk gemaakt van de gloeiende kling, die de scherprechter van Feofar voorbij zijne oogen had laten gaan.

Men herinnert zich dat Marfa Strogoff, op het oogenblik der strafoefening, daar stond en hare handen naar haar zoon uitstrekte. Michael Strogoff keek haar aan zooals een zoon, voor de laatste maal, zijne moeder kan aankijken.

Tranen, die met stroomen van zijn hart naar zijne oogen opwelden en die zijne fierheid te vergeefs trachtte in te houden, hadden zich onder zijne oogleden opgehoopt en, door langs het hoornvlies te verdampen, hem het gezicht behouden. De laag van stoom door zijne tranen gevormd, zich tusschen de gloeiende sabel en zijne oogappels plaatsende, was voldoende geweest om de werking der hitte te vernietigen. Het was een soortgelijke uitwerking als zich voordoet wanneer een werkman in eene gieterij, na zijne hand in het water gedompeld te hebben, haar door eene straal gesmolten ijzer laat gaan zonder letsel te bekomen.

Michael Strogoff had dadelijk begrepen welk gevaar hij zou loopen zoo hij zijn geheim, aan wien dan ook, mededeelde. Hij voelde welk voordeel hij uit dezen toestand voor de uitvoering zijner voornemens kon trekken. Omdat men hem blind waande, zou men hem vrij laten. Hij moest dus blind zijn, voor allen, zelfs voor Nadia; hij moest het, in éen woord, overal zijn en geen gebaar, mocht, waar ook, aan de oprechtheid zijner rol twijfel kunnen doen opperen. Zijn besluit was genomen. Zelfs zijn leven moest hij wagen om aan iedereen het bewijs zijner blindheid te geven en men weet hoe hij het waagde.

Alleen zijne moeder wist de waarheid; op het plein te Tomsk had hij het haar in het oor gefluisterd, toen hij, in de schaduw over haar gebogen, haar met zijne kussen overstelpte.

Men zal nu begrijpen dat, toen Ivan Ogareff, uit wreede spotternij, den keizerlijken brief voor zijne oogen, die hij uitgedoofd waande, had gehouden, Michael Strogoff dien brief—waarin de snoode bedoelingen van den verrader ontsluierd werden—had kunnen lezen en hem ook werkelijk gelezen had. Vandaar die onomstootelijke wil om Irkoetsk te bereiken en er zijne zending mondeling te vervullen. Hij wist dat de stad overgeleverd zou worden! Hij wist dat het leven van den grootvorst bedreigd was! Het behoud van den broeder des czaars en Siberië waren dus nog in zijne handen.

In weinige woorden was dit verhaal aan den grootvorst mede gedeeld en Michael Strogoff vertelde ook en met welk eene aandoening! het aandeel dat Nadia in die gebeurtenissen had gehad.

»Wie is dat meisje?” vroeg de grootvorst.

»De dochter van Wassili Fedor,” antwoordde Michael Strogoff.

»De dochter van den commandant Fedor,” zeide de grootvorst, »is niet meer de dochter ven een balling. Er zijn te Irkoetsk geene ballingen meer!”

Niet zoo bestand tegen de vreugde als tegen de smart, viel Nadia aan de knieën van den grootvorst, die haar met de eene hand ophield, terwijl hij de andere aan Michael Strogoff toestak.

Een uur later lag Nadia in haars vaders armen.

Michael Strogoff, Nadia, Wassili Fedor waren bij elkander. Van weerszijden was het eene overstelping van geluk.

De dubbele aanval der Tartaren tegen de stad was afgeslagen.

Wassili Fedor had met zijn troepje de eerste aanvallers verpletterd die zich voor de Bolchaïa-poort hadden vertoond, er op rekenende dat zij hun geopend zou worden en hij, door een instinctmatig voorgevoel gedreven, was er bij blijven staan om de verdediging der poort te leiden.

Terzelfder tijde dat de Tartaren teruggeworpen waren, maakten de belegerden zich van den brand meester. Daar de vloeiende naphta snel op de oppervlakte der Angara verbrand was, hadden de vlammen, die zich tot de huizen op den oever bepaalden, de andere wijken der stad gespaard.

Voor het aanbreken van den dag waren de troepen van Feofar-Khan in hunne legerplaats teruggekeerd, een goed aantal dooden op de buitenzijde der wallen achterlatende.

Onder de dooden bevond zich de zigeunerin Sangarre, die vergeefs getracht had om zich bij Ivan Ogareff te voegen.

De belegeraars beproefden, gedurende twee dagen, geen nieuwe bestorming. De dood van Ivan Ogareff had hen ontmoedigd. Hij was de ziel van den aanval en hij alleen had, door zijne sedert lang op touw gezette samenzwering, voldoenden invloed op de khans en hunne horden uitgeoefend om hen in eene verovering van Aziatisch Rusland mede te slepen.

Intusschen waren de verdedigers van Irkoetsk op hun hoede en duurde de omsingeling steeds voort.

Maar den 7den October, bij de eerste schemering, bulderde het geschut op de hoogten, die Irkoetsk omringen.

Het was het hulpleger, dat onder de bevelen van generaal Kisselef aanrukte en op deze wijze van zijne aankomst aan den grootvorst bericht gaf.

De Tartaren draalden niet. Zij wilden de kans van een veldslag onder de muren der stad niet wagen en het kamp aan de Angara werd onmiddellijk opgebroken.

Irkoetsk was eindelijk verlost.

Met de eerste Russische soldaten waren ook twee vrienden van Michael Strogoff de stad binnengekomen. Het waren de onafscheidelijken, Blount en Jolivet. Over de ijsverstopping den rechteroever van de Angara bereikt hebbende, hadden zij met de overige vluchtelingen kunnen ontsnappen, vóordat de vlammen der Angara het vlot bereikt hadden. Alcide Jolivet had dit volgenderwijze in zijn zakboekje aangeteekend:

»Op het punt geweest als eene citroen in eene kom punsch om te komen”.

Hunne vreugde was groot, toen zij Nadia en Michael Strogoff gezond en wel terugvonden en vooral toen zij vernamen dat hun dappere makker niet blind was, hetgeen Harry Blount aanleiding gaf om deze opmerking in te schrijven.

»Gloeiend ijzer kan onvoldoende zijn om de gevoeligheid der gezichtszenuw te vernietigen. Eene wijziging noodig!”

Daarna hielden de beide correspondenten, nadat zij te Irkoetsk goed onder dak waren, zich onledig met hunne reisindrukken in orde te maken. Vandaar de verzending naar Londen en naar Parijs van twee belangwekkende verhalen betreffende den Tartaarschen inval en die zich, zonderlingerwijze, slechts op de minst belangrijke punten tegenspraken.

Overigens was de veldtocht voor den emir en zijne bondgenooten ongunstig. Deze inval, even nutteloos als alle andere aanvallen tegen den Russischen kolossus, was hun zeer noodlottig. Zij waren spoedig door de troepen van den czaar afgesneden, die achtereenvolgens al de veroverde steden hernamen. Buitendien was het een vreeselijke winter, zoodat van die door koude gedunde troepen, slechts een klein gedeelte de steppen van Tartarije terugzag.

De weg van Irkoetsk naar het Oeral-gebergte was nu vrij. De grootvorst had haast om naar Moskou terug te keeren, maar hij stelde zijne reis uit om bij eene aandoenlijke plechtigheid tegenwoordig te zijn, die eenige dagen na den intocht der Russische troepen plaats had.

Michael Strogoff was Nadia gaan bezoeken en had haar, in het bijzijn van haar vader, gezegd:

»Nadia, hadt gij, die nu nog mijne zuster zijt, toen gij Riga verliet om naar Irkoetsk te gaan, nog een ander verlies dan dat van uwe moeder te betreuren?”

»Neen,” antwoordde Nadia, »geen enkel en van geene enkele soort.”

»Dus hebt gij er geen deel van uw hart achtergelaten?”

»Niets, broeder.”

»Welnu, Nadia,” zeide Michael Strogoff, »dan geloof ik dat God, toen hij ons bijeenbracht en ons te zamen zulke harde beproevingen deed ondergaan, ons niet dan voor altijd heeft willen vereenigen.”

»Ach!” zuchtte Nadia en zij viel in de armen van Michael Strogoff.

En zich naar Wassili Fedor keerende, zeide zij, geheel blozende:

»Vader!”

»Nadia,” antwoordde Wassili Fedor haar, »het zal mij eene vreugde zijn u beiden mijne kinderen te noemen.”

De huwelijksplechtigheid had in de hoofdkerk van Irkoetsk plaats. Zij was, in de bijzonderheden zeer eenvoudig, maar zij werd zeer opgeluisterd door de tegenwoordigheid van de geheele militaire en burgerlijke bevolking die een bewijs wilde geven van hare diepe erkentelijkheid voor de beide jonge lieden, wier zonderlinge ontmoetingen reeds eene geschiedenis vormden.

Alcide Jolivet en Harry Blount woonden natuurlijk het huwelijk bij waarvan zij aan hunne lezers verslag wilden geven.

»En wekt dat bij u den lust niet op om hen na te volgen?” vroeg Alcide Jolivet aan zijn broeder in het vak.

»Poeah!” zeide Harry Blount. »Indien ik gelijk gij eene nicht had!....”

»Mijne nicht is niet meer uit te huwelijken!” antwoordde Alcide Jolivet lachende.

»Zooveel te beter,” liet Harry Blount er op volgen, »want men spreekt over verwikkelingen die tusschen Londen en Peking op handen zijn. Hebt gij geen lust om daar eens een kijkje te nemen?”

»Wel! verdraaid, mijn waarde Blount,” riep Alcide Jolivet uit, »ik wilde u dat juist voorstellen!”

En zoo vertrokken onze beide onafscheidelijken naar China!

Eenige dagen na de plechtigheid gingen Michael en Nadia Strogoff, door Wassili Fedor vergezeld, naar Europa terug. Die weg bij het heengaan zoo vol smarte, was, bij het terugkeeren, slechts door geluk gezegend. Zij reisden met buitengewone snelheid in eene dier sleden, die gelijk een sneltrein over de bevrozen steppen van Siberië glijden.

Op de oevers der Dinka, even voor Birskoë aangekomen, hielden zij echter een dag stil.

Michael Strogoff vond de plek terug waar hij den armen Nikolaas begraven had. Er werd een kruis geplant en Nadia deed een laatste gebed op het graf van den nederigen en heldhaftigen vriend, die door geen van beiden ooit zou vergeten worden.

Te Omsk wachtte de oude Marfa hen in het huisje van de Strogoffs. Zij drukte haar, die zij reeds honderd maal in haar hart hare dochter had genoemd, hartstochtelijk in hare armen. De dappere Siberische vrouw had op dien dag het recht haar zoon te herkennen en trotsch op hem te zijn.

Na eenige dagen te Omsk doorgebracht te hebben, kwamen Michael en Nadia Strogoff in Europa terug en Wassili Fedor zich te Sint-Petersburg gevestigd hebbende, hadden zijn zoon en zijne dochter geene andere aanleiding om hem te verlaten, dan om hunne oude moeder te gaan bezoeken.

De jonge koerier was door den czaar ontvangen, die hem in het bijzonder aan zijn persoon verbond en hem het Kruis van Sint-George uitreikte.

Michael Strogoff geraakte later tot eene hooge betrekking in het keizerrijk. Maar niet de geschiedenis van zijn geluk, die van zijne beproevingen was de eer waard om verhaald te worden.

INHOUD.

Bladz.

I. Een feest in het Nieuwe Paleis 1 II. Russen en Tartaren 11 III. Michael Strogoff 20 IV. Van Moskou naar Nijni-Novgorod 27 V. Een besluit in twee artikelen 40 VI. Broeder en zuster 51 VII. De Wolga afvarende 53 VIII. De Kama opvarende 66 IX. Nacht en dag in eene tarentass 71 X. Een onweder in het Oeral-gebergte 79 XI. Reizigers in doodsnood 83 XII. Eene uitdaging 95 XIII. Plicht bovenal 108 XIV. Moeder en zoon 116 XV. De moerassen van de Baraba 124 XVI. Eene laatste poging 128 XVII. Verzen en liederen 135 XVIII. Een Tartaarsch kamp 143 XIX. Eene houding van Alcide Jolivet 148 XX. Leer om leer 159 XXI. De zegevierende intocht 168 XXII. Kijk met beide oogen, kijk! 174 XXIII. Een vriend op den grooten weg 180 XXIV. De overtocht der Jeniseï 190 XXV. Een haas over den weg 199 XXVI. In de steppe 210 XXVII. Baïkal en Angara 219 XXVIII. Tusschen twee oevers 229 XXIX. Irkoetsk 240 XXX. Een koerier van den czaar 250 XXXI. De nacht van 5 op 6 October 259 XXXII. Besluit 268

AANTEEKENINGEN.

[1] Een werst is 1.067 meter, iets meer dan een kilometer.

[2] Ongeveer 13 gulden. De roebel (zilveren) is 1 gulden 77 cent. De kopek (kopermunt) is ongeveer 2 cent.

[3] Eene soort van pannekoek.

[4] Fooien.

[5] Russische gouden munt die 5 roebel doet. De roebel is eene zilveren munt die 100 kopeken doet, namelijk ƒ 1.77.

[6] Deze naam wordt aan de sultans van Boukhara gegeven, en beteekent zooveel als Sire.

[7] Bijna 42 graden onder nul.