DE NACHT VAN 5 OP 6 OCTOBER.

Het plan van Ivan Ogareff was met de grootste zorg opgemaakt en, behoudens onwaarschijnlijke kansen, moest het gelukken. Het kwam er op aan dat de Bolchaïa-poort vrij was op het oogenblik dat hij haar zou overleveren. Daarom moest, op dat oogenblik, de aandacht der belegerden naar een ander punt der stad worden afgetrokken. Er was alzoo omtrent eene afleiding met den emir overeengekomen.

Deze afleiding moest aan de zijde der voorstad van Irkoetsk plaats hebben, boven- en benedenwaarts van den stroom, op den rechteroever. De aanval op deze punten zou zeer ernstig zijn en tegelijkertijd zou een schijn-overtocht van de Angara op haren linkeroever beproefd worden. Waarschijnlijk zou de Bolchaïa-poort dan van troepen ontbloot worden, te meer omdat de Tartaarsche posten aan die zijde achterwaarts verplaatst wordende, het den schijn zou hebben alsof deze ingerukt waren.

Men schreef 5 October. Binnen vier en twintig uren moest de hoofdstad van Oostelijk-Siberië in handen van den emir zijn en de grootvorst in de macht van Ivan Ogareff.

Gedurende dien dag had er eene ongewone beweging plaats in het kamp aan de Angara. Uit de ramen van het paleis en van de huizen op de rechteroever, zag men duidelijk dat op den tegenoverliggenden oever groote toebereidselen werden gemaakt. Talrijke afdeelingen Tartaren richtten zich naar het kamp en kwamen van uur tot uur de troepen des emirs versterken. Het was de overeengekomen afleiding die, op zeer merkbare wijze, werd gereedgemaakt.

Overigens verheelde Ivan Ogareff het niet voor den grootvorst dat er, van die zijde, een aanval te vreezen was. Hij wist, zeide hij, dat er boven en beneden de stad, eene bestorming zou worden beproefd en hij raadde den grootvorst deze meer rechtstreeks bedreigde punten te versterken.

Daar de waargenomen toebereidselen den door Ivan Ogareff gegeven raad kracht bijzetten, was het dringend noodig daarmede rekening te houden. Na het houden van een krijgsraad op het paleis, werden dan ook bevelen gegeven om de verdediging samen te trekken op den rechteroever der Angara en aan de beide uiteinden der stad, daar waar de aardwerken op de rivier steunden.

Dat was juist wat Ivan Ogareff wilde. Hij rekende er natuurlijk niet op, dat de Bolchaïa-poort zonder verdedigers zou gelaten worden, maar wel dat hun aantal gering zou zijn. Overigens had Ivan Ogareff er voor gezorgd dat de afleiding op zoo’n groote schaal zou geschieden, dat de grootvorst verplicht zou zijn er zijne geheele beschikbare troepenmacht tegen over te stellen.

Bovendien moest eene zeer ernstige gebeurtenis, door Ivan Ogareff bedacht, de uitvoering zijner plannen krachtig bevorderen. Al werd Irkoetsk niet op twee van de Bolchaïa-poort verwijderde punten en van den rechteroever der rivier aangetast, dan zou de bedoelde gebeurtenis nog voldoende zijn geweest om de samenwerking der verdedigers naar het punt te lokken, waar Ivan Ogareff hen juist wilde hebben. Hij zou, tegelijkertijd, eene vreeselijke ramp teweegbrengen.

Alle kansen stonden dus gunstig om de poort, op het bepaalde uur bijna onbezet, aan de duizenden Tartaren over te leveren, die onder beschutting der dichte oostelijke wouden stonden te wachten.

Gedurende dezen dag, waren de bezetting en de bevolking van Irkoetsk voortdurend op den uitkijk. Alle maatregelen, door een ophanden zijnden aanval op de tot dusver ontziene punten geboden, waren genomen. De grootvorst en generaal Woranzoff bezochten de posten, die op hun bevel versterkt waren. Het keurkorps van Wassili Fedor bezette het noordelijk gedeelte der stad, maar had in last zich derwaarts te begeven, waar het gevaar het grootst was. De rechteroever der Angara was voorzien van het weinige geschut dat beschikbaar was. Door deze tijdig genomen maatregelen, te danken aan de mededeelingen van Ivan Ogareff zoo van pas gedaan, mocht men hopen dat de voorgenomen aanval niet zou gelukken. In dat geval zouden de voor het oogenblik ontmoedigde Tartaren eene nieuwe poging tegen de stad waarschijnlijk eenige dagen uitstellen. En nu konden de door den grootvorst verwachte troepen ieder uur aankomen. Het behoud of het verlies van Irkoetsk hing dus slechts aan éen draad.

De zon, dien dag te zes uur twintig minuten opgegaan, ging om vijf uur twintig minuten onder, na hare schijf gedurende elf uren boven den gezichteinder rondgewenteld te hebben. De schemering zou nog twee uur tegen den nacht te worstelen hebben. Daarna zou de ruimte in dichte duisternis gehuld worden, want dikke wolken stapelden zich in de lucht op en de maan, die nieuw was, zou zich niet vertoonen.

Deze diepe duisternis zou de plannen van Ivan Ogareff volkomen bevorderen.

Reeds gedurende eenige dagen ging een buitengewoon hevige koude den Siberischen winter vooraf en dien avond was zij nog gevoeliger. De op den rechteroever der Angara geplaatste soldaten, hadden om hunne aanwezigheid te verbergen, geen wachtvuren aangestoken. Zij leden dus vreeselijk door deze geduchte daling der temperatuur. Eenige voeten onder hen dreven de ijsschotsen voorbij, die den stroom der rivier volgden. Men had ze den geheelen dag in gesloten rijen, tusschen de beide oevers, zien voorbijdrijven. Deze door den grootvorst en zijne officieren opgemerkte omstandigheid, werd als zeer gelukkig beschouwd. Het was duidelijk dat, zoo het bed der Angara verstopt werd, de overtocht geheel ondoenlijk zou worden. De Tartaren zouden vlotten noch schuiten kunnen besturen en het was ook niet aan te nemen dat zij den stroom op deze ijsschotsen, als ze zich aan elkander vast hadden gehecht, zouden oversteken. Het pas verbonden ijsveld zou aan den overgang eener stormkolonne geen voldoenden wederstand hebben geboden.

Maar omdat deze omstandigheid den verdedigers van Irkoetsk gunstig scheen, had Ivan Ogareff hare verschijning moeten betreuren. Dit was intusschen geenszins het geval! De verrader wist maar al te goed, dat de Tartaren den overtocht der Angara niet zouden beproeven en dat hunne pogingen van die zijde slechts eene krijgslist zouden zijn.

Intusschen werd de toestand der rivier tegen tien uur ’s avonds merkelijk gewijzigd tot groote verrassing der belegerden en, thans, niet in hun voordeel. De overtocht, tot dusver onmogelijk, werd eensklaps doenlijk. Het bed der Angara was weder open geworden. De ijsschotsen, die gedurende de laatste dagen in grooten getale voorbijgetrokken waren, verdwenen benedenwaarts en het was veel als er nu vijf of zes waren in de ruimte, tusschen beide oevers begrepen. Zij vertoonden zelfs de samenstelling niet meer van de in gewone omstandigheden en onder den invloed eener regelmatige koude gevormde schotsen. Het waren eenvoudige brokken van een of ander ijsveld losgescheurd, waarvan de scherpe brokken geene ruwe bobbels vertoonden.

De Russische officieren die deze wijziging in den toestand der rivier waarnamen, gaven er den grootvorst kennis van. Overigens was, als reden voor die verandering, aantenemen dat de ijsschotsen zich op een nauw punt der Angara hadden opgehoopt, zoodanig dat zij eene verstopping vormden.

Men weet dat dit het geval was.

De overtocht der Angara stond dus voor de belegeraars open. Daardoor waren de Russen genoodzaakt met nog meer oplettendheid wacht te houden.

Tot middernacht viel er niets bijzonders voor. Aan de oostzijde voorbij de Bolchaïa-poort, was het volkomen rustig. Geen wachtvuur was er zichtbaar in die dichte wouden, die aan den gezichteinder met de laag hangende wolken ineensmolten.

In het kamp van de Angara heerschte daarentegen, blijkens het veelvuldig verplaatsen van lichten, groote drukte.

Op eene werst boven en beneden het punt waar de wal zich aan den steilen rivieroever aansloot, werd een dof geraas vernomen, ’t welk aantoonde dat de Tartaren op de been waren, in afwachting van eenig sein. Weder verliep er een uur. Niets nieuws.

De klok der hoofdkerk van Irkoetsk zou twee uur slaan en nog had geene enkele beweging verraden dat de belegeraars vijandelijke bedoelingen in den zin hadden.

De grootvorst en zijne officieren vroegen zich af of zij niet in dwaling gebracht waren en of het werkelijk in het plan der Tartaren lag om de stad te willen verrassen. De vorige nachten waren, bij lange na, zoo kalm niet geweest. Er vielen toen geweerschoten in de richting der voorposten, granaten doorkruisten de lucht en thans, niets.

De grootvorst, generaal Woranzoff en hunne adjudanten wachtten dus, gereed om, naar gelang der omstandigheden, bevelen te geven.

Men weet dat Ivan Ogareff eene kamer in het paleis had. Het was eene vrij groote zaal, gelijkvloers en waarvan de ramen uitkwamen op een terras dat er langs liep. Men behoefde slecht eenige schreden op dit terras te doen om den geheelen loop der Angara te kunnen overzien. Er heerschte eene diepe duisternis in deze zaal. Bij een venster staande, wachtte Ivan Ogareff het uur van handelen af. Blijkbaar kon hij alleen het sein geven. Dit sein eenmaal gegeven zijnde en het meerendeel der verdedigers van Irkoetsk naar de openlijk aangetaste punten opgeroepen zijnde, was het zijn voornemen het paleis te verlaten en zijn werk te gaan volbrengen. Hij wachtte dus in de duisternis als een wild beest, dat gereed is om zich op zijn prooi te werpen.

Intusschen vroeg de grootvorst, eenige minuten voor twee uur om Michael Strogoff—den eenigen naam dien hij aan Ivan Ogareff kon geven—bij hem te brengen. Een adjudant kwam tot voor zijne kamer, die gesloten was. Hij riep hem...

Onbeweeglijk aan het venster staande en onzichtbaar in de schaduw, wachtte Ivan Ogareff zich wel antwoord te geven.

Men berichtte dus aan den grootvorst dat de koerier van den czaar, op dit oogenblik, niet in het paleis was.

Het sloeg twee uur. Dit was het oogenblik om de met de Tartaren—voor de bestorming gereed staande—overeengekomen afleiding te doen aanvangen.

Ivan Ogareff opende het venster zijner kamer en plaatste zich op den noordelijken hoek van het terras.

In de schaduw, beneden hem, stroomden de wateren der Angara, die brullende op de uitstekende hoeken der pijlers braken.

Ivan Ogareff haalde een stuk lont uit zijn zak, stak het aan en deed daarmee een weinig met laadkruit doortrokken vlas of werk ontbranden. Dit laatste wierp hij in de rivier...

Het was op bevel van Ivan Ogareff geweest dat stroomen minerale olie op de oppervlakte der Angara waren uitgestort!

Boven Irkoetsk werden op den rechteroever naphtabronnen geëxploiteerd, tusschen het vlek Poshkavsk en de stad. Ivan Ogareff had besloten om dit vreeselijke middel te bezigen om Irkoetsk in brand te steken. Hij maakte zich derhalve meester van de onmetelijke vergaarbakken, waarin de brandbare vloeistof bewaard werd.

Het afbreken van een muur was voldoende om ze in groote hoeveelheid te doen wegstroomen.

Dit was dezen nacht, eenige uren geleden, geschied en daarom dreef het vlot, dat den echten koerier van den czaar, Nadia en de vluchtelingen overvoerde, op een stroom van minerale olie. Door de bressen in deze vergaarbakken, die millioenen kubieke meter inhielden, had de naphta zich als een stortvloed naar buiten geworpen en had zij zich, de natuurlijke helling van den bodem volgende, over de oppervlakte van de rivier verspreid, waarop hare dichtheid haar deed drijven.

Zoo verstond Ivan Ogareff den oorlog! Bondgenoot der Tartaren, handelde hij als een Tartaar en tegen zijn eigen landgenooten!

Het brandende werk was op de wateren der Angara geworpen. In een oogenblik alsof de stroom uit alkohol bestond, stond de rivier, zoo boven- als benedenwaarts, met de snelheid der electriciteit, in vuur. Blauwachtige vlammen kronkelden zich tusschen beide oevers. Groote roetkleurige dampen dwarrelden er boven. De enkele ijsschotsen die nog afdreven, smolten, door het vurige water aangetast, als was boven een oven en het verdampte water ontsnapte in de lucht met een oorverdoovend gefluit.

Op hetzelfde oogenblik ontbrandde geweervuur ten noorden en ten zuiden van de stad. De batterijen in het kamp der Angara vuurden met volle lagen. Verscheidene duizenden Tartaren bestormden de aardwerken. De huizen op de oevers van hout gebouwd, vatten aan alle zijden vuur. Een ontzettende gloed verdreef de schaduw van den nacht.

»Eindelijk!” zeide Ivan Ogareff.

En hij had recht om zich lof toe te zwaaien! De afleiding, die hij uitgedacht had, was vreeselijk. De verdedigers van Irkoetsk waren nu tusschen den aanval der Tartaren en de verschrikkingen van den brand geplaatst. De klokken luidden en al wat onder de bevolking weerbaar was, begaf zich naar de aangevallen punten en naar de huizen verteerd door het vuur, dat zich aan de geheele stad dreigde mede te deelen.

De Bolchaïa-poort was bijna vrij. Men had er nauwelijks eenige verdedigers achtergelaten. En op aanraden van den verrader zelven, én opdat de zaak, als zij gebeurd zou zijn, buiten hem en uit staatkundigen haat zou kunnen worden verklaard, waren deze weinige verdedigers uit het kleine korps ballingen gekozen.

Ivan Ogareff kwam in zijne kamer terug die toen schitterend verlicht was door de vlammen der Angara, die zich boven de hekken van het terras verhieven. Daarna maakte hij zich gereed om uit te gaan.

Maar nauwelijks had hij de deur geopend, of eene vrouw stortte zich in de kamer met natte kleederen en verward haar.

»Sangarre!” riep Ivan Ogareff in het eerste oogenblik van verrassing uit en in de verbeelding dat het niemand anders dan de zigeunerin kon zijn.

Het was Sangarre niet, het was Nadia.

Op het oogenblik dat het meisje op de ijsschots gevlucht, een kreet had geslaakt toen zij de Angara den brand zag verspreiden, had Michael Strogoff haar in zijne armen genomen en was hij met haar ondergedoken om, in de diepten der wateren zelven, eene beschutting tegen de vlammen te zoeken. Men weet dat de schots die hen droeg toen niet meer dan een dertig vademen van de eerste kade boven Irkoetsk verwijderd was.

Na onder water gezwommen te hebben, gelukte het Michael Strogoff, met Nadia op de kade vasten voet te krijgen.

Eindelijk bereikte Michael Strogoff zijn doel! Hij was te Irkoetsk!

»Naar het paleis van den gouverneur!” zeide hij tot Nadia.

Binnen tien minuten kwamen beiden aan den ingang van dat paleis, waarvan de steenen grondlagen door de vurige tongen der Angara werden gelekt, maar die door den brand niet bereikt konden worden.

Er voorbij stonden al de huizen op den oever in vlammen.

Zonder moeite traden Michael Strogoff en Nadia dat voor iedereen geopende paleis binnen. Door de algemeene verwarring merkte niemand hen op, hoewel hunne kleederen doornat waren.

Eene menigte officieren die orders kwamen halen en soldaten die ze uitvoerden, vulden de groote zaal gelijkvloers. Daar werden Michael Strogoff en het meisje, door een plotseling gedrang van de verschrikte menigte, van elkander gescheiden.

Nadia liep verwilderd door de benedenzalen, haar makker roepende en vragende om voor den grootvorst te worden gebracht.

Eene deur, die toegang gaf tot eene van licht schitterende kamer, opende zich voor haar. Zij trad binnen en bevond zich onverwachts tegenover hem dien zij te Ichim gezien had, dien zij te Tomsk gezien had, tegenover hem wiens schelmsche hand, een oogenblik later, de stad zou overleveren!

»Ivan Ogareff!” riep zij uit.

De ellendeling sidderde toen hij zijn naam hoorde uitspreken. Was zijn ware naam bekend, dan leden al zijn plannen schipbreuk. Hem bleef slechts eene zaak over: het wezen, dat hem had uitgesproken, onverschillig wie het was, te dooden.

Ivan Ogareff wierp zich op Nadia; maar het meisje plaatste zich, met een mes in de hand, tegen den muur, gereed om zich te verdedigen.

»Ivan Ogareff!” schreeuwde Nadia nogmaals, wel wetende dat deze verachte naam haar hulp zou doen toekomen.

»Zwijg!” zeide de verrader.

»Ivan Ogareff!” schreeuwde het onverschrokken meisje voor de derde maal met eene stem, die de haat tienmaal sterker had gemaakt.

Door woede bedwelmd, trok Ivan Ogareff een dolk uit zijn gordel, wierp zich op Nadia en drong haar in een hoek van de zaal.

Het ware met haar gedaan geweest, toen de ellendeling, plotseling door eene onweerstaanbare kracht opgeheven, op den grond rolde.

»Michael,” riep Nadia uit.

Het was Michael Strogoff.

Michael Strogoff had het geroep van Nadia gehoord. Door hare stem geleid, was hij tot aan de kamer van Ivan Ogareff gekomen en door de openstaande deur binnengetreden.

»Vrees niets, Nadia,” zeide hij, zich tusschen haar en Ivan Ogareff plaatsende.

»Ach!” riep het meisje uit, »neem u in acht, broeder!.... De verrader is gewapend!.... Hij ziet goed, hij!....”

Ivan Ogareff was opgestaan en met den blinde gemakkelijk spel meenende te hebben, wierp hij zich op Michael Strogoff. Maar de blinde greep den helderziende met de eene hand bij den arm en, met de andere zijn wapen afwerende, smeet hij hem ten tweeden male op den grond.

Bleek van woede en schaamte, bedacht Ivan Ogareff zich dat hij een degen droeg. Hij trok hem uit de scheede en ging er weer op los.

Hij ook had Michael Strogoff herkend. Een blinde! Tenslotte had hij slechts met een blinde te doen! De partij stond schoon voor hem!

Nadia bevreesd voor het gevaar dat haar makker in zoo’n ongelijke worsteling bedreigde, vloog naar de deur en riep om hulp.

»Nadia, doe die deur dicht!” zeide Michael Strogoff. »Roep niemand en laat mij mijn gang gaan! De koerier van den czaar heeft heden van dien ellendeling niets te vreezen! Laat hij op mij afkomen, zoo hij durft! Ik wacht hem af.”

Intusschen sprak Ivan Ogareff, die als een tijger op de loer lag, geen woord. Hij had het geluid van zijn stap, zelfs zijne ademhaling wel voor het oor van den blinde willen wegdoen. Hij wilde hem treffen voor dat hij hem hoorde naderen; hij wilde hem met een wissen stoot treffen. De verrader dacht er niet aan om te vechten, maar om hem, wiens naam hij gestolen had, te vermoorden.

Nadia, bevreesd en tegelijkertijd vertrouwende, aanschouwde dit vreeselijk tooneel met eene soort van bewondering. Het scheen dat de bedaardheid van Michael Strogoff zich plotseling aan haar had medegedeeld. Michael Strogoff had, wel is waar, geen ander wapen dan zijn Siberisch mes en hij zag zijn tegenstander niet, die met een degen gewapend was. Maar door welke hemelsche goedheid scheen hij hem dan den meester te zijn? Hoe kwam het dat hij, zonder zich bijna te verplaatsen, steeds front maakte tegenover de punt van zijn degen?

Ivan Ogareff bespiedde, met zichtbaren angst, zijn zonderlingen tegenstander. De bovenmenschelijke bedaardheid had invloed op hem. Te vergeefs zeide hij tot zichzelven dat, wanneer hij met zijne rede te rade ging, al het voordeel in zulk een ongelijk gevecht, geheel aan zijn kant moest zijn. Die onbeweeglijkheid van den blinde verlamde hem. Zijn blik had de plek opgezocht waar hij zijn slachtoffer moest treffen.... Hij had haar gevonden!.... Wat weerhield hem dan om er een eind aan te maken?....

Eindelijk deed hij een sprong en richtte hij een degenstoot op Michael Strogoff’s borst.

Eene bijna onmerkbare beweging van het mes van den blinde weerde den stoot af. Michael Strogoff was niet geraakt en wachtte koelbloedig, zonder uittarting, een tweeden aanval af.

Een ijskoud zweet druppelde van het voorhoofd van Ivan Ogareff. Hij ging een pas achterwaarts en viel toen weer uit. Maar de tweede stoot trof evenmin als de eerste. Een eenvoudige afwering met het breede mes was voldoende om den nutteloozen degen van den verrader te doen afwijken.

Deze, dol van woede en schrik tegenover dat levende standbeeld, richtte zijne bevreesde blikken op de wijd geopende oogen van den blinde. Die oogen, die tot in het diepst zijner ziel schenen te lezen en niet zagen, niet konden zien, die oogen oefenden eene verschrikkelijke betoovering op hem uit.

Plotseling liet Ivan Ogareff een kreet hooren.

Er was onverwachts een licht voor zijne gedachte opgegaan.

»Hij ziet,” riep hij uit, »hij ziet!....”

En, als een wild dier dat in zijn hol tracht binnen te sluipen, liep hij achteruit, schrede voor schrede en geheel terneergeslagen, naar het achtergedeelte der zaal.

Toen kwam er leven in het standbeeld, de blinde liep recht op Ivan Ogareff toe en zich vlak voor hem plaatsende, zeide hij:

»Ja, ik zie! Ik zie den knoetslag, waarmee ik u gemerkt heb, verrader en lafaard! Ik zie de plek waar ik u nu zal treffen! Verdedig uw leven! Ik verwaardig mij u een tweegevecht aan te bieden! Mijn mes zal het tegen uw degen opnemen!”

»Hij ziet,” zeide Nadia tot zichzelve. »Barmhartige God, zou het mogelijk zijn!”

Ivan Ogareff voelde dat hij verloren was. Maar, door eene opwelling zijner wilskracht moed vattende, vloog hij met getrokken degen op zijn onwrikbaren tegenstander los. De beide klingen kruisten zich, maar het mes van Michael Strogoff, door de hand van een Siberisch jager gevoerd, deed den degen in stukken vliegen en de ellendeling viel, in het hart getroffen, dood op den grond.

Op dit oogenblik werd de kamerdeur van buiten opengeduwd. De grootvorst, door zijne officieren vergezeld, vertoonde zich op den drempel.

De grootvorst trad voorwaarts. Hij herkende, in het op den grond liggende lijk, dat van hem dien hij voor den koerier des czaars hield.

En toen vroeg hij op dreigenden toon:

»Wie heeft die man gedood?”

»Ik,” antwoordde Michael Strogoff.

Een der officieren legde zijn revolver op zijn slaap aan, gereed om vuur te geven.

»Uw naam?” vroeg de grootvorst, voor dat hij bevel gaf hem het hoofd te verbrijzelen.

»Uwe Hoogheid vrage mij liever den naam van den man die aan hare voeten ligt uitgestrekt!” antwoordde Michael Strogoff.

»Ik herken dien man! Het is een dienaar van mijn broeder! Het is de koerier van den czaar!”

»Uwe Hoogheid, die man is geen koerier van den czaar! Het is Ivan Ogareff!”

»Ivan Ogareff?” riep de grootvorst uit.

»Ja, Ivan de verrader!”

»Maar gij, wie zijt gij dan?”

»Michael Strogoff!”