Advertisement

ALLES IS TERECHTGEKOMEN!

Evi Wildevank gaat naar huis, meer springend dan loopend. Ze lacht, de blauwe oogen stralen, de witte tanden lachen vroolijk tusschen het heldere rood van haar lippen. Het blonde krullende haar danst haar op den rug.

Ze loopt gearmd met Saartje, die ze af en toe in den arm knijpt van plezier. Voor een winkel blijven ze staan. Maar ze kijken niet naar de met zorg uitgestalde stoffen. Lachebekje heeft haar rapport geopend om nog eens weer met Sara de mooie cijfers na te gaan.

„Ik kan haast niet gelooven, dat het mijn boekje is,” zegt Lachebekje, „’k heb nog nooit zoo’n goede gedraglijst gehad. En wat heerlijk, hè, dat ik nu mag blijven in de klas, ’k had het nooit gedacht, jij?”

„Zeker wel,” zegt Sara, „in den laatsten tijd wel.”

’t Lijkt Lachebekje toe, dat de heele wereld vol geluk is. De kou, de hard bevroren straten, de rosse lichten achter de winkelramen, alles is even prettig. En ’t is zoo heerlijk, dat Sara Willems ook zoo blij is.

Lachebekje drukt Saartje’s arm nog steviger. „Zullen we niet een klein beetje aanloopen?” vraagt ze.

Ze verlangt zoo naar huis. Ze kan het haast niet begrijpen, dat haar vader het groote nieuws nog niet weet. En haar Moe zal ook zoo blij zijn.

„We draven al,” zegt Saartje buiten adem, maar ze versnelt toch nog haar pas.

„’k Hoop, dat er maar ijs komt,” zegt ze na een oogenblik, „een Kerstvacantie zonder ijs is niet prettig.”

Evi lacht. „Het zal wel blijven vriezen! Kijk, de bloemen staan op de ruiten.” Evi is in een stemming om van alles het beste te hopen.

Ze is ook zoo gelukkig. Ze heeft Kerstvacantie, Hanna en Sara komen beiden bij haar logeeren. Ze zullen uitgaan, schaatsenrijden misschien.

Maar wat haar hartje het meest verblijdt, wat haar doet huppelen van plezier, dat is haar goede rapport en de zekerheid, dat ze in de hoogste klas kan blijven.

Ze voelt zich als een veertje zoo licht, als ze de trappen opspringt.

Ze vergeet te groeten, als ze de kamer inkomt. Met een gezichtje, dat door zijn warmen gloed haar blijdschap verraadt, geeft ze haar vader het rapport over.

Haar oogen stralen als zonnetjes.

Ze is weer het oude vroolijke Lachebekje,—„mijn flink meisje,” zegt haar vader, terwijl hij haar een zoen geeft op de warme wangetjes.

ONS TROEPJE.

Advertisement