VERZEN EN LIEDEREN.

Michael Strogoff was nu betrekkelijk in veiligheid. Maar zijn toestand bleef nog steeds verschrikkelijk. Hoe zou hij, nu het trouwe dier, dat hem zoo moedig diende, in den stroom zijn dood had gevonden, zijne reis kunnen voortzetten? Hij was te voet, zonder levensbehoeften, in een land overal door den vijand verwoest en bedreigd en nog zoover verwijderd van het doel zijner reis.

Doch zijn moed had hem nog niet begeven. Eenmaal den vasten grond bereikt hebbende, na zich met veel moeite aan het dikke slijk ontworsteld te hebben, dat de buiten hare oevers getreden rivier had achtergelaten, bepaalde Michael Strogoff wat hij verder te doen had.

Hij wilde vooral Tomsk vermijden, dat door de Tartaren bezet was. Niettemin moest hij zien een of ander plaatsje te bereiken, om een paard te bekomen en een zijweg in te slaan, om, in den omtrek van Krasnoïarsk, den grooten weg naar Irkoetsk te hernemen.

Allereerst ging Michael Strogoff op verkenning uit.

Op twee wersten voor hem uit, verhief zich, den stroom van de Obi volgende, een stadje, schilderachtig op eene kleine hoogte gelegen. Eenige kerken met Bizantijnsche koepels teekenden zich in de verte tegen den grijzen hemel af.

Dit was Kolivan, waar de hooge en mindere beambten van Kamsk en andere steden des zomers een verblijf zoeken om het ongezonde klimaat van de Baraba te ontvluchten. Kolivan was, volgens de berichten, nog niet in handen van den vijand. De Tartaarsche troepen, in twee kolonnes verdeeld, waren links naar Omsk, rechts naar Tomsk opgerukt, het tusschengelegen land met vrede latende.

Het plan nu dat Michael Strogoff gevormd had, was om Kolivan voor de usbecksche ruiters te bereiken.

Het was drie uur in den morgen. De omstreken van Kolivan, toen volkomen rustig, schenen geheel verlaten te zijn, daar de buitenbewoners voor den vijand vluchtende, naar het noorden van de provinciën van de Yeneseïsk getrokken waren.

Michael Strogoff spoedde zich naar Kolivan, toen hij op eens, in de verte meende te hooren schieten.

Hij bleef een oogenblik stilstaan:

»Ja, waarlijk,” zeide hij tot zich zelf, »het zijn kanon- en geweerschoten. Zou dan het kleine Russische korps met het Tartaarsche leger handgemeen zijn geraakt! God geve dat ik vóor hen te Kolivan aankome!”

Michael Strogoff had zich niet vergist, want hij was geene werst meer van Kolivan verwijderd of hij zag lichterlaaie vlammen tusschen de huizen opstijgen, en den toren der kerk te midden van wolken stof en vlammen instorten.

Weldra zag hij aan zijne linkerhand eene geheele wijk van Kolivan in brand staan. Zonder zich te bedenken sloeg hij rechtsaf de steppe in, om eene schuilplaats onder eenige boomen te zoeken.

Nauwelijks was hij onder die boomen, of hij zag eene afdeeling Tartaarsche ruiters naderen, die in vollen ren op de stad aanrukten.

Michael Strogoff keek angstig rond hoe hun te ontsnappen en gelukkig zag hij in de verte een eenzaam gelegen huis, dat hij wel kans zag te bereiken zonder opgemerkt te worden. Hij liep er ijlings heen en toen hij er bij was zag hij dat het een telegraafkantoor was, waaruit twee draden liepen, de eene westwaarts, de andere oostwaarts, terwijl een derde in de richting van Kolivan gespannen was.

In de tegenwoordige omstandigheden moest men wel veronderstellen dat het huis verlaten zou zijn, doch, hoe het ook zij, Michael Strogoff zou er zich kunnen verschuilen en er den nacht afwachten, om eerder door de steppe zijn weg te vervolgen.

Aan het kantoor gekomen, duwde hij de deur open. Een enkel persoon bevond zich in het vertrek, waar de berichten overgeseind werden.

Het was een beambte, die daar kalm, flegmatisch en onverschillig omtrent hetgeen er buiten gebeurde, getrouw op zijn post was.

Michael Strogoff ging naar hem toe en zeide met een door groote vermoeienis afgematte stem:

»Welk nieuws?”

»Geen nieuws,” antwoordde de beambte glimlachende.

»Zijn de Russen en de Tartaren handgemeen?”

»Men zegt het.”

»Maar wie zijn overwinnaars?”

»Ik weet het niet.”

Zooveel kalmte te midden dezer verschrikkelijke omstandigheden, zooveel onverschilligheid zelfs, waren bijna ongeloofelijk.

»En is de draad niet afgesneden?” vroeg Michael Strogoff.

»Hij is afgesneden tusschen Kolivan en Krasnoïarsk, maar hij werkt nog tusschen Kolivan en de Russische grens.”

»Voor het gouvernement?”

»Voor het gouvernement, wanneer het zulks noodig oordeelt. Voor het publiek, wanneer het betaalt. Het is tien kopeken per woord.—Wanneer ge maar wilt, mijnheer?”

Michael Strogoff stond gereed dien zonderlingen beambte te antwoorden dat hij geene dépêche te verzenden had, dat hij slechts wat water en brood verzocht, toen de deur van het huis eenklaps driftig geopend werd.

Michael Strogoff, denkende dat het de Tartaren waren, wilde uit het venster springen, toen hij slechts twee mannen het vertrek zag binnentreden, die niet het minst op Tartaarsche soldaten geleken.

De een hield eene met potlood geschreven dépêche in de hand, en den anderen voorbijschietende liep hij naar het raampje van den beambte.

In die beide mannen vond Michael Strogoff, met eene verwondering die iedereen begrijpen zal, twee personages terug, aan wie hij weinig meer dacht en die hij nooit meer had denken weer te zien.

Het waren de correspondenten Harry Blount en Alcide Jolivet, thans geen reisgezellen meer, maar mededingers, ja vijanden, nu zij op het tooneel van den oorlog werkzaam waren.

Door het oponthoud van drie dagen dat Michael Strogoff aan de boorden van de Irtisch ondervonden had, waren ze eerder te Kolivan aangekomen, alhoewel zij eenige uren later dan hij Ichim verlaten hadden.

Ze waren beiden naar het telegraafkantoor toegesneld op het oogenblik dat het gevecht tusschen Russen en Tartaren in de straten van Kolivan plaats had, en de een voor den anderen wilde het eerst zijne berichten naar Europa overseinen.

Michael Strogoff hield zich ter zijde om alles te zien en te hooren, en, door het belangrijk nieuws dat zij brachten, te weten te komen of het zaak voor hem was al dan niet naar Kolivan te gaan.

Harry Blount, haastiger dan zijn collega, had van het raampje bezit genomen, en stak den beambte zijne dépêche toe, terwijl Alcide Jolivet van ongeduld stampvoette.

»Tien kopeken per woord,” zeide de beambte, terwijl hij de dépêche overnam.

Harry Blount legde een stapeltje roebels neer, dat zijn collega met zekere verbazing beschouwde.

»Goed,” zeide de beambte.

En met de grootste koelheid van de wereld, begon hij de volgende dépêche te telegrapheeren:

Daily Telegraph, Londen.

»Kolivan, gouvernement Omsk, Siberië, 6 Augustus.

»Gevecht tusschen Russische en Tartaarsche troepen....”

Daar dit hardop gelezen werd, hoorde Michael Strogoff alles wat de Engelsche correspondent aan zijn dagblad berichtte.

»Russische troepen met groote verliezen teruggedreven. Tartaren dienzelfden dag Kolivan binnengerukt....”

Dit waren de laatste woorden van de dépêche.

»Nu is het mijne beurt,” riep Alcide Jolivet uit, die aan zijne nicht in den faubourg Montmartre wilde telegrapheeren. Maar dit beviel den Engelschen correspondent geenszins, die niet van plan was het raampje te verlaten, teneinde nieuwsberichten naarmate die inkwamen, over te seinen.

»Maar gij zijt klaar!” riep Alcide Jolivet uit.

»Ik ben niet klaar,” antwoordde Harry Blount eenvoudig.

En hij ging voort met eene reeks woorden op te schrijven, die hij vervolgens aan den beambte overgaf, en die deze op zijn bedaarden toon voorlas:

In het begin schiep God hemel en aarde!....

Het waren verzen uit den bijbel, die Harry Blount telegrapheerde, om tijd te winnen en zijne plaats niet aan zijn mededinger af te staan. Het kon zijn dagblad wellicht eenige duizenden roebels kosten, maar zijn dagblad zou ook de eerste tijdingen hebben! Frankrijk moest maar wachten! Men begrijpt de woede van Alcide Jolivet, die, in elke andere omstandigheid, zou gevonden hebben dat het eerlijk toeging. Hij wilde dan ook de beambte noodzaken om den voorrang aan zijn bericht te geven.

»Mijnheer is in zijn recht,” antwoordde de beambte bedaard, terwijl hij op Harry Blount wees en deze vriendelijk toelachte. En hij ging voort met het eerste vers van de heilige schrift getrouw aan de Daily Telegraph over te seinen.

Terwijl hij bezig was, ging Harry Blount bedaard naar het venster en sloeg hij, met het lorgnet voor de oogen, gade wat er in den omtrek van Kolivan voorviel, teneinde zijne berichten aan te vullen.

Eenige oogenblikken daarna hernam hij zijne plaats voor het raampje en voegde aan zijn telegram het volgende toe:

»Twee kerken in brand. De brand schijnt aan den rechterkant toe te nemen. De aarde was woest en ledig; de duisternis bedekte den afgrond....”

De handen van Alcide Jolivet jeukten van begeerten om den eerwaardigen correspondent van de Daily Telegraph te wurgen. Hij sprak nog eens tot den beambte, die altijd, onbeweeglijk, hem eenvoudig antwoordde:

»Mijnheer is in zijn recht, in zijn recht.... tegen tien kopeken per woord.”

En hij seinde het volgende bericht, dat Harry Blount hem overgaf:

»Russische vluchtelingen ontsnappen uit de stad. En God zeide: daar zij licht, en het werd licht!....”

Alcide Jolivet was letterlijk razend van woede. Harry Blount was naar het raam teruggekeerd, maar dezen keer, door het schouwspel dat zich aan zijne blikken vertoonde, waarschijnlijk afgetrokken, bleef hij te lang kijken. Toen de beambte dan ook klaar was met het overseinen van het derde vers uit den Bijbel, plaatste Alcide Jolivet zich heel stil aan het raampje, en na evenals zijn collega hoogst bedaard een aanzienlijk stapeltje roebels op de plank neergelegd te hebben, gaf hij zijn telegram over, dat de beambte hardop las:

Madeleine Jolivet. 10, Faubourg Montmartre, Paris.

»Kolivan, gouvernement Omsk, Siberië, 6 Augustus.

»De vluchtelingen ontsnappen uit de stad. Russen geslagen. Hardnekkige vervolging door de Tartaarsche ruiterij....”

En toen Harry Blount terugkwam, hoorde hij Alcide Jolivet die zijn telegram eindigde, al spottend neuriën:

In Parijs, In het grijs Loopt daar een klein vet manneke, Een wandelend koffiekanneke....

Het ongepast vindende om, zooals zijn collega, het gewijde met het ongewijde dooreen te mengen, antwoordde Alcide Jolivet op de verzen uit den Bijbel met een vroolijk deuntje van Béranger.

»Aoh!” zeide Harry Blount.

»Dat is maar zoo,” antwoordde Alcide Jolivet.

De toestand om Kolivan werd echter hachelijker. Het gevecht kwam dichterbij en het schieten werd steeds heviger.

Opeens dreunde het gebouw van een vreeselijken slag.

Er was eene granaat door den muur geslagen, die den seinpaal in eene wolk van stof hulde.

Alcide Jolivet was juist bezig de dichtregels te eindigen:

Als een appel zoo rond, Doch in zijn zak.... geen grond....

maar hij hield op, vloog op de granaat af, greep ze met beide handen en wierp ze het raam uit. Dit was het werk van een oogenblik.

Vijf minuten later sprong de granaat.

Alcide Jolivet ging met de grootste bedaardheid voort zijn telegram op te schrijven. Hij schreef:

»Twaalfduims granaat heeft den muur van het telegraaf gebouw uiteen doen springen. Er nog meer van hetzelfde kaliber wachtende....”

Wat Michael Strogoff betreft, deze twijfelde niet of de Russen waren uit Kolivan verdreven. Er zat voor hem niets anders op dan de zuidelijke steppen in te slaan.

Hij stond op het punt van te vertrekken, toen eene hagelbui van kogels de ruiten van het venster verbrijzelde.

Harry Blount, aan den schouder getroffen, viel op den grond.

Alcide Jolivet vulde, op hetzelfde oogenblik, zijn bericht met het volgende aan:

»Harry Blount, correspondent van de Daily Telegraph, valt aan mijne zijde, door eene granaatscherf getroffen....”

toen de ongevoelige beambte hem met de onverstoorbaarste kalmte toevoegde:

»Mijnheer, de draad is gebroken.”

En, het raampje verlatende, nam hij bedaard zijn hoed, dien hij met den elleboog glad streek, en verdween hij, nog altijd glimlachende, door een deurtje, dat Michael Strogoff niet had opgemerkt.

Daarop werd het telegraafkantoor door de Tartaarsche soldaten overweldigd, en noch Michael Strogoff, noch de dagbladschrijvers, slaagden er in zich uit de voeten te maken.

Alcide Jolivet, zijne laatste dépêche in de hand houdende, was op Harry Blount toegeschoten, had hem op zijne schouders genomen om met hem te vluchten.... Maar het was te laat!

Beiden werden gevangen genomen, en tegelijkertijd Michael Strogoff, die uit het venster willende springen, in de handen der Tartaren viel!